.......Het bedrijf in de 21e eeuw.......
Het bedrijf heeft sinds kort een oppervlakte van 40 hectare waarvan alles aan een stuk achter de bedrijfsgebouwen is gelegen. Grond en gebouwen zijn geheel in eigendom, er wordt niets gepacht. De grond was buiten het erf en de gebouwen geheel in gebruik als blijvend grasland, vanaf 2003 wordt ook zelf snijmaïs geteeld. Het vee wordt gehuisvest in een ligboxenstal die in 1984 is gebouwd. De melkkoeien lopen het hele groeiseizoen buiten, als het mogelijk is van april tot november, waarbij ze alleen 's nachts opgestald worden tijdens de overgang van stal naar weideperiode en andersom, zo'n twee weken. Sinds 2007 wordt het jongvee jonger dan een jaar gehouden in een nieuwe jongveestal annex berging. Het jongvee wordt zelf opgefokt, er wordt bij voorkeur geen vee aangekocht. De koeien worden gemolken in een 2 x 4 visgraatmelkstal die nog steeds uitstekend bevalt.
Het melkquotum
is 504.000 kilogram melk.
Dit betekent dat er zo'n 60 koeien gemolken kunnen worden om het
quotum vol te krijgen. De melk wordt geleverd aan zuivelcoöperatie Campina.
Alle mest van het eigen bedrijf wordt gebruikt en er wordt aangevuld met kunstmest die wordt geleverd door Agrifirm, die overigens ook het krachtvoer voor de koeien levert.
De koeien krijgen hun krachtvoer computergestuurd. Hiervoor dragen ze alle een pedometer, een transponder om een voorpoot die door een antenne wordt ingelezen. Deze meters werken ook als stappenteller, als ze gemolken zijn dan wordt de stand ingelezen in de computer en die kan bepalen of een koe extra actief geweest is en dan waarschijnlijk tochtig is. Omdat de tochtigheidswaarneming steeds moeilijker wordt door de hogere productie is dit laatste een waardevol hulpmiddel om zo weinig mogelijk tochtigheden te missen.
Het meeste landwerk wordt zelf uitgevoerd, alleen het inkuilen en de maïsteelt wordt door de loonwerker gedaan, het slootkantenonderhoud en drijfmest uitrijden en indien nodig het grasland vernieuwen. Dergelijke machines zijn te duur om zelf aan te schaffen.