Het mest- en mineralenbeleid.
In Europa hebben we te maken met een milieubeleid op het gebied van mest en mineralen. Hierbij is het uitgangspunt de nitraatrichtlijn die is aangenomen door de EU in 1991 te Maastricht, terwijl voor ons toen de dienstdoende ministers waren: Lubbers, Bukman (LenV) en Alders (Vrom). Onder het Nederlandse voorzitterschap is deze richtlijn aangenomen die stelt dat het nitraatgehalte in het diepe grondwater niet boven de 50 mg per liter water mag komen. Verder is er een aanvoernorm van 170 kg N uit mest per hectare aangenomen. Dat betekent dat er ongeacht het klimaat, weersomstandigheden, grondsoort, of het rotsachtige grond, gebergte, zandgrond of zeeklei één norm is vastgesteld. Slechts in enkele gevallen kan er een uitzondering op deze regel worden toegestaan, een derogatie.
In Nederland hebben we een groeiseizoen dat loopt van eind februari tot november voor veel gewassen, dat staat in geen verhouding tot de groeiomstandigheden in bijvoorbeeld het noorden van Zweden of op Sicilië waar nog niet de helft van de opbrengst behaald wordt. Daar hebben ze weinig moeite met deze richtlijn. Ook de boeren in Griekenland of Malta zullen deze aanvoernorm niet overschrijden. Maar voor de Nederlandse veehouderij is dit een groot probleem. Zonder voer bij te kopen kunnen we hier wel twee koeien per hectare houden en als je een redelijke opbrengst wilt halen en dus je land normaal wilt bemesten moet de aanvoernorm minstens 250 kg worden i.p.v. 170 wat neerkomt op ongeveer 1,7 koe per hectare. Maar onze politici kunnen niet uitleggen bij de milieu-bewindspersonen in Brussel dat je bij een dergelijke norm de productieomstandigheden serieus mee moet wegen. Dat wij in Nederland de nitraatnorm in het grondwater makkelijk kunnen halen bij onze landbouwbezetting, alleen niet op enkele droge zandgronden en in natuurgebieden en onder dorps- en stadskernen. Daar is namelijk geen gewasonttrekking, waar ze in Brussel geen rekening mee houden voor de nitraatrichtlijn. Het lijkt erop dat er enige verlichting komt maar het blijft zuur dat wij het met om en nabij 2,3 koe per hectare genoegen moeten nemen en dat daarboven een zeer forse heffing betaald moet worden zonder dat er een milieuschade aantoonbaar is.
En nu ligt er weer een nieuw gevaar uit de milieuhoek op de loer: de kaderrichtlijn water. Deze norm is bedacht om de vervuiling van het oppervlaktewater terug te dringen. In het oppervlaktewater onder Nederlandse omstandigheden is echter veel fosfaat, stikstof en ook chemische stoffen in het slootwater terechtgekomen uit riooloverstorten, huishoudens in het buitengebied die lozen rechtstreeks in het oppervlaktewater maar ook lekke rioleringen zorgen voor hoge gehaltes aan diverse stoffen in het water. Bij metingen wordt echter vaak gesteld dat de landbouw de voornaamste vervuiler is van het water dus ongetwijfeld zullen hier ook weer de nodige problemen opduiken. Wij hopen dat het gezond verstand hier zal overwinnen want we hebben toch niet voor niets veel geïnvesteerd in mestopslag, mestinjectie, kantstrooivoorziening op onze kunstmeststrooiers, en we strooien een minimale kunstmesthoeveelheid voor een goede kwaliteit ruwvoer. Nog minder en we kunnen onze koeien niet meer in conditie houden bij een hoge melkgift.